Het behalen van een plek op het erepodium leek vooraf een lastige
opdracht voor Kuijken. Vier van de deelneemsters aan de 3000 meter waren
dit seizoen al sneller dan de ranke Nijmeegse. De atlete, die deze maand
negentien werd, hoopte daarom op een boemelrace. Dankzij haar snelheid zou
ze dan op het eind toch nog enkele van haar concurrentes kunnen pakken.
Adelina de Soccio, de grote favoriete, had echter andere plannen.
Ondanks de harde wind nam de Italiaanse vanaf het begin de kop om met een
stevig tempo de rest van zich af te schudden. De eerste kilometer ging in
3.06 en even later was Kuijken een van degenen die af moesten haken. "Het
ging voor mij echt te snel", zei de atlete na afloop van de wedstrijd. "Ik
dacht op dat moment dat het mis zou gaan, maar ik besloot dat ik toch
moest knokken."
En dat deed ze. De Soccio liep in een regelmatig
tempo door en bouwde haar voorsprong steeds verder uit. Maar achter haar
bleek dat het voor de andere atletes in het begin veel te hard gegaan was.
De een na de ander viel terug en zo kon Kuijken weer oprukken in het veld.
Bij het ingaan van de laatste tweehonderd meter zag ze voor zich
de Belgische Barbara Maveau, van wie ze onlangs in Vught nog met een
verschil van zeven seconden verloren had. Kuijken: "Dat werd mijn doel, ik
wilde haar nog pakken."
Dat lukte in de laatste meters. Achter De
Soccio, die tot 9.20.89 kwam, finishte Kuijken in 9.28.45, een nieuw
persoonlijk record. Maveau pakte met een tijd van 9.29.78 het brons.
Het zilver van Kuijken was het enige succes voor de Nederlandse
ploeg. Medailles bij internationale kampioenschappen zijn toch al dun
gezaaid: slechts 32 keer kwam een Nederlander na de achttien Europese
juniorenkampioenschappen die tot nu toe gehouden zijn thuis met een
medaille. Dit keer was echter op meer gehoopt. Kuijken vierde haar succes
dan ook ingetogen. "Ik ben vooral veel bezig geweest om anderen te
troosten." |